Enkele jaren geleden hoorden we voor het eerst de term voedselbos. Een landbouwsysteem dat zonder veel externe input een oplossing biedt voor het verlies van biodiversiteit en de klimaatverandering. Zou het kunnen?

Als het hele systeem grote opbrengsten kan leveren met een minimum aan energie, zouden we het dan ook op die manier kunnen aanleggen? We besloten ruim de tijd te nemen om te experimenteren en ons toekomstig paradijs tot leven te wekken.

Een kleine twee jaar geleden begonnen we met de aanplant van windbreaks. Het kleine bosgoedplantsoen verdween rechtstreeks in de grond van onze voormalige paardenweide, zonder ook maar een vorm van bodembewerking of aanvoer van (externe) mulch. We besloten ook om het gras rond de kleine boompjes niet te maaien en geen water bij te geven (ook al omdat we niet direct water beschikbaar hadden).

De filosofie hier achter?

  • Het grotendeels inheemse bosgoed verdraagt verplanting nog zeer goed.
  • Door de concurrentie met het oppervlakkig wortelende gras en door geen water te geven, zal de boom of struik dieper gaan wortelen.
  • Het opkomende gras beschermt de jonge aanplant tegen de zon.
  • Door de bodem niet te verstoren geven we het bodemleven alle kans zich verder te ontwikkelen.
  • Het verlies van een plantje is financieel nog te dragen aangezien we gemiddeld ongeveer 1 euro uitgaven per stuk.

We hadden ook al succesvol op deze manier een gemengde haag geplant naast onze schapenboomgaard.

Aanvankelijk begonnen de boompjes en struiken mooi uit te lopen en zagen we al een grote groene haag verschijnen. Toen kwam die “uitzonderlijke” zomer van 2018. Beetje bij beetje zagen we de jonge aanplant wegkwijnen bij zoveel hitte- en droogtestress. Aan het eind van de maand juli was de helft reddeloos verloren. Althans dat dachten we, want toen het in augustus plots weer begon te regenen, vertoonden veel verloren gewaande boompjes weer een teken van leven. Uiteindelijk klokten we af op een verlies van ongeveer een derde.

We besloten om eind vorig jaar op dezelfde manier de rest van de windbreaks te vervolledigen. Uiteindelijk waren we er toch in geslaagd om met een minimale inspanning een groot deel van de aanplant nog in gang te houden?  We hadden ook al geleerd om bepaalde soorten die niet goed tegen de droogte konden niet meer aan te planten. Zo kozen we bijvoorbeeld voor Italiaanse elzen omdat deze beter zouden bestand zijn tegen de droogte. Wat was de kans dat het ook in 2019 zo droog zou zijn?

Fast forward naar het voorjaar van 2019:  groene blaadjes sierden het overgrote deel van de kleine boompjes en struiken. Een eerste kleine tegenslag: door een vriesnacht in april, waren een aantal blaadjes van de Italiaanse elzen geraakt, maar de meeste boompjes kregen al gauw weer nieuwe blaadjes. Het gebrek aan regen in mei zorgde toch weer voor kopzorgen omdat een aantal nieuwe boompjes tevergeefs op zoek gingen naar water.

Ondertussen werden we ook omringd door wegenwerken, waarbij blijkbaar nog steeds de traditionele pompen voor droogzuiging moeten gebruikt worden. Voor ons grondwater het sein om in de grond te zakken van schaamte bij zoveel waterverspilling!

Juni leek beterschap te brengen qua neerslag, maar de droge julimaand die ook nog eens afgesloten werd door een hittegolf schroeide het grootste deel van de nog levende nieuwe plantjes kapot. Hoewel de paar spatjes regen in augustus nog wat groene blaadjes toverde, is de harde conclusie toch dat de nieuwe “uitzonderlijke” droogte van dit jaar misschien wel 3/4 van onze aanplant naar de eeuwige jachtvelden stuurde.

Welke soorten bleven er dan wel nog behoorlijk goed overeind?

  • Het grootste deel van de lijsterbessen (ook vorig jaar bleken deze al behoorlijk bestand tegen de droogte)
  • Duindoorn: deze stikstoffixeerder zullen we nog meer planten in het komende plantseizoen.
  • Elaeagnus angustifolia: slechts 2 van de 50 gaven de geest.

We willen er nog altijd in geloven dat de droogte van de voorbije jaren uitzonderlijk was, maar we durven we niet meer gokken dat volgend jaar weer alles pijs en vree zal zijn in de wereld van de weergoden. Ons klimaatbestendig voedselbossysteem krijgen we al niet meer op gang doordat we in snelheid gepakt worden door de klimaatverandering, maar dat maakt ons niet minder strijdvaardig.

We zullen dan ook een plan moeten hebben om de droogte het hoofd te bieden volgend jaar. Onze zandbodem zal volgend jaar allicht van zichzelf al iets meer organisch materiaal bevatten, maar we gaan dan toch ook mulch moeten aanvoeren om meer vocht vast te houden. Aan iedereen die dit leest dan ook een warme oproep: heb je houtsnippers, bladafval, snoeiafval of ander afvalvrij mulchmateriaal waar je vanaf wilt in de buurt van Wachtebeke? Contacteer ons!

De kans is echter groot dat we er met mulchen alleen niet geraken. Daarom overwegen we om ook nog een grondwaterput te laten boren, die we dan in uiterste nood kunnen inzetten om de aanplant te redden.

Om toch te eindigen op een positieve noot: hier onder nog enkele mooie zomerbeeldjes šŸŒžšŸŒžšŸŒž