Deze blogpost maakt deel uit van een serie blogposts:

Op dag 3 werd de theorie weer vlug ingeruild voor een bezoek aan een nieuwe locatie die sinds 6 jaar in gebruik is. Het terrein van 4,5ha groot huisvest o.a. Martins plantenkwekerij, een grote “voedselbosserre”, een klein voedselbos van enkele honderden m² en een groter voedselbos van ongeveer 2000 m². Het terrein ligt op de noordzijde van een heuvel en biedt een prachtig uitzicht over de streek en het verderop gelegen Dartmoor National Park (moet je zeker ook eens een bezoekje brengen als je in de buurt bent!)

Bij aankomst op de nieuwe locatie merkten we direct een haag op van gele kornoelje. Deze traag groeiende struiken tonen hun gele bloemen reeds in februari en geven kersachtige vruchten in augustus. Vogels laten deze vruchten links liggen en ze zijn ook vrij van ziektes.

Niemand is perfect, ook Martin Crawford niet. Zo koos hij voor goedkope geïmpregneerde palen als afsluiting om herten buiten te houden. Een keuze die hij zich ondertussen beklaagde omdat het merendeel van de palen ondertussen afgerot is. Ze werden vervangen door kastanjepalen.

Een mooie manier om planten zoals bodembedekkers te vermeerderen vonden we iets verderop. Verschillende “moederbedden” werden aangelegd als verhoogd bed. Elk bed wordt met een aantal moederplanten beplant die zich vermenigvuldigen door zich via uitlopers vast te hechten op de grond. Aan de zijkant worden dan losse bloempotjes met aarde gezet waarin dan automatisch een nieuw plantje groeit. Een geniaal systeem als je het ons vraagt.

Dieper op het terrein staan twee grote plastic tunnels en een opkweekplek voor buiten waar de grond bedekt is met worteldoek. Zelfs daar probeert Crawford nuttige insecten aan te trekken voor de jonge plantjes door specifieke planten zoals Daisy bush (Nederlandse naam is ons niet direct bekend) aan te planten.

Daarna trokken we naar de serre. Dit moet een voedselbos onder glas worden. Het is nog een heel recent experiment, maar het zag er veelbelovend uit. De kunst in het grillige Britse klimaat is om de tropische planten die dit voedselbos bevolken ook in koude periodes van de nodige warmte te voorzien. Daarom is er een systeem uitgedokterd om de zomerse warmte bij te houden voor in de winter. Dit gebeurt door warme lucht op te slaan onder de grond. Hiervoor is de grond uitgegraven tot op 1 meter diepte en zijn er pijpleidingen aangebracht onder de grond. De pijpleidingen komen bovengronds uit en krijgen warme lucht ingeblazen in het warme seizoen door een aantal ventilators die bovenaan de serre hangen. In de winter wordt de opgeslagen lucht terug de serre in geblazen. Zo krijg je een continue flow van lucht met een minimum aan energie. Een grote wand met zwarte watercontainers wordt ook gebruikt om warmte op te slaan. Verder wordt de ondergrond aan de zijkant van de serre nog verder geïsoleerd met speciale stenen die gemaakt zijn van gerecycleerd glas.

Als wiskundige is Crawford steeds bezig met de cijfertjes, zo wordt de volledige klimaatdata van dit systeem gelogd,  live te volgen op zijn website. In extreem koude periodes is de minimumtemperatuur vorige winter nog tot -1°C geraakt. Het is ook nog af te wachten of de tropische bomen het gebrek aan zon in Groot-Brittanië wel kunnen verdragen. Ook is het systeem nog niet in balans en worden er o.a. feromoonvallen ingezet om insectenplagen bij de nog tere tropische boompjes tegen te gaan. Net als in een ander voedselbos moeten er ook nog planten onder de bomen worden geplant. Bestuivers vinden vormde dan weer geen probleem: ze worden als het ware naar binnen gezogen via de luchtventilatie.

We ruilden daarna de tropisch warme serre in voor het nieuwe kleine voedselbos. Ook hier valt onmiddellijk de olijfwilg op die al na vijf jaar een stevige beschutting geeft. Nieuw in dit voedselbosje van 400m²: ook groenten worden hier gekweekt op verhoogde bedden aan de zuidkant.

Aan de zuidkant is er ook een windbreak van zwarte bessen. Om schaduw te vermijden voor de groenten worden deze wel gesnoeid. In het gehele voedselbosje is er plaats voor ongeveer 10 bomen. Doordat het hier om een kleine ruimte gaat, is er gekozen voor meer algemene fruitbomen. Het gras dat hier voor het voedselbos groeide werd eerst ingezaaid met klaver en daarna bedekt met een laag karton en  een dikke laag houtsnippers (20cm). Houtsinippers hebben een hoog gehalte aan koolstof en een laag gehalte aan stikstof. Houtsnippes verteren op de plek waar ze in contact komen met de grond. Hierdoor verdwijnt er initieel stikstof uit de grond, maar dit is een tijdelijk fenomeen.

De onderlaag onder de bomen, die vooral uit schaduwminnende soorten bestaat, werd ondanks het gebrek aan schaduw wel al aangeplant. Hierdoor groeien deze plantjes nog niet al te best, maar het is een keuze die je moet maken. Ook een kleine vijver werd er in dit kleine voedselbosje nog tussen geperst.

Italiaanse elzen aanplanten als stikstoffixeerder is uiteraard geen optie op deze kleine oppervlakte. Daarom werd er o.a. gekozen voor wilde gagel om in stikstof te voorzien. De paden zijn gemarkeerd met paaltjes om duidelijk de grenzen af te bakenen wanneer de jonge planten beginnen woekeren.

Aan de overkant van dit kleine voedselbos vind je dan weer een groter voedselbos van ongeveer 2000m². Een lange haag van duindoorn doet hier dienst als windbreak. Ook deze is al behoorlijk gegroeid na 5 jaar.

Onder de aangeplante bomen vind je nog geen onderbeplanting terug door het gebrek aan schaduw. Het gras tussen de bomen wordt geregeld machinaal gemaaid. Wel is er brem aangeplant als ondersteunende plant (“nurse plant”) voor de jonge bomen. Dit zorgt ervoor dat de bomen minder blootgesteld worden aan de weersomstandigheden omdat ze omgeven worden door snel groeiende struiken. Brem is dan ook een stikstoffixeerder die er als pionierssoort na 10 tot 15 jaar de brui aan geeft. Ook struikvormige elzen of acacia’s kunnen dienst doen als nurse plant.

Bovenaan de heuvel is er een waterreservoir waarbij water, dat van de serre en de plastic tunnels loopt, via een pomp op zonne-energie wordt opgepompt om dan nadien via de zwaartekracht terug gebruikt te worden beneden.

Na alweer een stevige lunch en nog een brokje theorie gingen we een laatste keer op bezoek in het vertrouwde voedselbos. Daar hadden we het o.a. nog over het enten van bomen en paddenstoelen en tools die je kan gebruiken in een voedselbos. Het inspireerde ons in België alvast tot een impulsaankoop van een “nut wizard”, nu nog hopen dat onze notenboom voldoende noten produceert dit jaar om de aankoop te rechtvaardigen 🙂

Drie dagen cursus in een zonovergoten Engeland zijn op die manier voorbijgevlogen. In een volgende blogpost staan we nog een laatste keer stil bij ons Engels avontuur.